Tag Archief van: masterclass

Iedereen kan samenwerken; eens of oneens?

De afgelopen weken heb ik een poll op LinkedIn gezet met de volgende stelling: ‘Iedereen kan samenwerken’. En zoals verwacht wordt hier verschillend over gedacht.

De uitkomsten: 36% was het eens met de stelling, 50% was het oneens met de stelling en 14% had -anders- als antwoord. Met daarbij als toelichting dat iedereen het in zich heeft om te kunnen samenwerken. Ik begrijp overigens alle uitkomsten wel. Waarbij ik het meeste gevoel heb bij de opmerking die gemaakt is: iedereen heeft het in zich.

‘Iedereen heeft het in zich’

Meer dan de helft partnerships mislukken
Samenwerken is zo’n modewoord geworden. Op een afstandje er naar kijkend snap ik wel dat men vindt dat iedereen kan samenwerken. Het lijkt ook een wel diskwalificatie om te zeggen dat het lastig is, je er niet zo goed in bent of simpelweg het liever niet doet. Maar onze praktijk wijst uit dat toch niet iedereen hier zo goed in is. Zeker niet als er geen gedegen aanpak onderligt en er niet gewerkt is aan competenties. Eens, er zijn mensen die van nature verbinden en vrijwel alles doen wat wij ook voorstaan vanuit professioneel samenwerken, wat wij alliantiemanagement noemen. Maar dit is absoluut niet de meerderheid. Zolang meer dan 50% van alle partnerships mislukken, is het moeilijk vol te houden dat iedereen het kan. Tenzij er andere redenen zijn….. Men helemaal niet wil samenwerken. Of men kan de eigen belangen niet waarmaken. Of er zit een ego in de weg. Of men voert vooral een debat en geen dialoog.

Belangen, competenties, mindset
Het begint allemaal bij belangen. De individuele belangen van mensen en daarnaast de organisatiebelangen. Die twee hoeven al niet eens dezelfde te zijn. Vervolgens heb je competenties nodig. Als individu maar ook als organisatie. Bij het individu gaat het primair om de juiste mindset en managementvolwassenheid. Bij organisaties gaat het om hoe gestructureerd partnerships worden aangepakt, of men een gemeenschappelijke taal heeft ontwikkeld en om kennis die wijd verspreid is binnen de organisatie. Alliantiemanagement als kencompetentie binnen organisaties is allang geen nice to have meer. Maar noodzakelijk. Want de waarde van samenwerken wordt wel onderkend door iedereen. Ook wordt in toenemende mate onderkend dat er eigenlijk geen enkele organisatie is die het alleen kan redden.

..zowel op de inhoud als op de samenwerking zelf…

Het wordt dan ook echt tijd dat we professioneel samenwerken serieus gaan nemen als vak. Als 50% aangeeft het oneens te zijn met de stelling dat iedereen het kan, als meer dan 50% van alle partnerships mislukt, kunnen we dit toch niet als vanzelfsprekend blijven beschouwen? Het is tijd voor een andere houding ten opzichte van alliantiemanagement. Een houding die zich niet alleen richt op de inhoud van de samenwerking maar ook op de samenwerking zelf.

Zachte factoren
En hoe dit mis kan gaan werd afgelopen week in het debat in de Tweede Kamer duidelijk. De vier coalitiepartijen hadden een hoofdlijnen akkoord. Er is een kabinet gevormd. Je zou zeggen dat wanneer er maanden met elkaar gesproken is, er ook gesproken is over de samenwerking zelf. En vervolgens zien we toch, wat ik noem, een beschamende vertoning Wanneer wij met een relatie een samenwerking ontwerpen besteden we expliciet aandacht aan de zogenaamde zachte factoren. Die factoren die we zacht noemen, zijnde niet de inhoud, blijken in de praktijk als men zich hier niet aan houdt, spijkerhard te zijn. En dat is precies wat we hebben gezien.

Ik licht er een paar van die zachte factoren uit binnen de context van het debat:

Leiderschap
Dit wordt door ons vertaald als de stijl waarmee je de samenwerking aangaat; gebaseerd op controle of op vertrouwen. En dat zou dan consequenties moeten hebben voor de wijze waarop je je opstelt. Zeer weinig vertrouwen gezien in het debat. En leiderschap werd niet getoond door de coalitiepartners. Dit werd het meest geïllustreerd door een opmerking van Mirjam Bikker van de ChristenUnie: “De tijd van politieke pubertijd is voorbij”.

Reputatie
In een samenwerking kun je reputatie voordelen halen. Bijvoorbeeld om te laten zien dat je een goede en betrouwbare samenwerkingspartner bent. Maar gespiegeld levert dit ook risico’s op. Wat als je toont niet betrouwbaar te zijn? Dit is een niet te vergeten risico! En precies wat er is gebeurd tijdens het debat. Ik weet niet of de coalitiepartners hierover van te voren hebben gesproken. Maar als ze dit al gedaan hebben, dan was hier weinig van te zien. De reputatie van deze coalitie, maar overigens ook van de Tweede kamer als geheel, met elkaar de vertegenwoordigers van ons land, is niet geholpen met gedrag van afgelopen donderdag. Want dat ging niet meer om het landsbelang, dat ging om persoonlijke belangen.  

Vertrouwen & commitment
Ook hieraan besteden we altijd expliciet aandacht. Waarbij een vertrouwen definiëren als een gevoel, iets wat je samen (langzaam) opbouwt. Commitment vertalen we als getoond gedrag, dus betrouwbaar zijn. Ik begrijp best dat het vertrouwen nog moet groeien. Dat kun je ook niet afdwingen, zeker niet in onze definitie. Maar over betrouwbaar gedrag kun je wel degelijk afspraken maken. Als dit al besproken is door de coalitiepartners, dan was ook daar weinig van te zien. 

Normen en waarden
Nog een belangrijke bouwsteen voor een gezonde en succesvolle samenwerking. En eentje die wij altijd bespreekbaar maken. Wat zijn nu de zaken waarvan je samen besluit dat er grenzen zijn waar je niet overheen gaat. Dit kan gaan om o.a. integriteit, respect, eerlijkheid, transparantie of waar je ook maar samen afspraken over maakt. Normen en waarden kunnen voor iedereen anders liggen. We noemen ze vaak in één adem maar de norm is vaak nog wel vast te stellen. Dat zijn vaak de woorden die ik eerder noemde. Niemand is tegen integriteit. Het wordt pas ingewikkeld als we er een waarde aan toekennen.

Wat versta jij onder integriteit en wat versta ik eronder? Dit onbesproken laten bij het ontwerpen van de samenwerking zal leiden tot het beeld van afgelopen donderdag. En leidt tot een situatie dat je constant met elkaar aan het repareren bent. En het lijkt dan soms over de inhoud te gaan, maar het werkelijke probleem ligt ergens anders. Namelijk het niet hebben vastgesteld van de gezamenlijke normen en waarden en die diepgaand met elkaar te bespreken.  

Conclusie
Iedereen kan samenwerken. Ja, in potentie geloof ik dat wel. Maar zoals iemand in de poll aangaf; “Iedereen heeft het in zich om te kunnen samenwerken”. Ik denk dat dit een juistere formulering is. Maar dan moet je de samenwerking zelf wel serieus nemen. En je verdiepen in de dynamiek ervan, de succes- en faalfactoren kennen en diepgaand met elkaar in gesprek. Dus alliantiemanagement toepassen.

Wil jij meer weten over alliantiemanagement en professioneel samenwerken? Schrijf je dan in voor onze Masterclass op 23 en 24 september!

Wim Witteveen
AlliantiePartners